De geschiedenis van het 'Kees Stipplein'

Datum: 
05-03-2019

Kees Stip (Veenendaal 1913-Winschoten 2001) was een Nederlands puntdichter en tekstschrijver. Vanaf 1951 schreef hij onder het pseudoniem Trijntje Fop dierenversjes voor de Volkskrant. Later schreef hij verscheidene bundels zoals in 1988 Het Grote Beestenfeest. Het onderstaande gedichtje komt uit deze bundel. Kees Stip was ook tekstschrijver (onder andere voor Wim Kan) en redactielid van het Polygoon bioscoopjournaal.
Een kip sprak peinzend tot een ei
Wie was er eerder: ik of jij?
De wijsbegeerte mag misschien
Op deze vraag geen antwoord zien,
Maar ik heb, wat men ook mag zeggen
Nog nooit een ei een kip zien leggen

In 1995 wordt hij, benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Na teruggetrokken jaren en in het gezelschap van zijn dieren overlijdt Kees op 27 juni 2001. Maar natuurlijk is zijn grootste wapenfeit voor Veenendaal het scheppen van een Veens Volkslied, waarvan het eerste couplet luidt:
Daar ligt, waar Utrechts Heuvelrij zich heft naar de planeten
Een lustoord in een lustvallei, daar kan zich niets mee meten.
Want nergens is de lucht zo blauw, als tussen Rhenen en Renswou
Daar mengt zich met sirenentaal der schapen blij gemekker:
O, Veenendaal, o, Veenendaal, wat is je boer’kool lekker

Aan de zuidzijde van het plein zijn op enkele meters hoogte zeventien bronzen kopjes van Kees Stip van de hand van kunstenares Hanneke Zwart op de muur bevestigd.

Foto 1: Luchtfoto ca. 1930 met in het oranje vlak het huidige Kees Stipplein
Foto 2: Kees Stip
Foto 3: Bronzen kopjes aan de zuidzijde van het plein